K en ik besloten in coronatijd naar Spa te gaan. Net even buitenland, maar dichtbij genoeg om snel terug te zijn als er mores zou uitbreken. Het Vlaamse OV bleek dusdanig gericht op geen menselijk contact en houders van de Belgische OV-chipkaart, dat we uiteindelijk gedwongen waren illegaal in een bus mee te rijden. De buschauffeur waarschuwde ons door een zuil van plastic heen dat we de sjaak zouden zijn als we gecontroleerd zouden worden, maar hij had ook geen betere oplossing voor ons.
We werden midden in de middle of nowhere afgezet. Ergens zou een camping zijn. Ik voelde een vlaag van hangriness opkomen, en werd geconfronteerd met de hachelijke realiteit van waarom appeltjes “voor de dorst” worden genoemd. De camping was in geen velden of wegen te vinden, en als je een locatie probeert te vinden is K de laatste persoon die je bij je wilt hebben. Ze krijgt het nog voor elkaar om je met Google Maps in de hand de verkeerde kant op te sturen (niet overdreven). Nadat ik mijn “wee oh wee, wat ben ik zielig dat ik alleen een appel bij heb” moment had gehad, waarbij ik verslagen op het asfalt dan toch maar die vervloekte appel naar binnen kauwde, zochten we verder naar de camping.
15 minuten verderop vonden we dan eindelijk de gewenste camping. Enthousiast zagen we dat ze fondue aanboden, en mijn rammelende maag met het schamele appeltje in de uithoek riep om verlossing. We besloten onze spullen eerst naar het tiny house te brengen, om vervolgens te gaan fonduen. Het tiny house zag er precies zo uit als op de foto’s: een schattig houten puntdakje. Alles in hout uitgevoerd. Knusse overlappende houten dakpannetjes. Mijn sprookjesdromen over een hutje in een Belgisch bos konden zich uitleven.
Er was maar één keerzijde: alles was nét wat meer tiny dan we hadden verwacht. De waterkoker kon met moeite net twee koppen thee koken. Het bed was gemaakt voor romantische stelletjes met een lepeltje-lepeltje fetish. Je kon douchen in het toilet, zonder dat het een douchetoilet was. En dan hebben we het nog niet gehad over het feit dat als je van één element van het huisje gebruik wilde maken, je al je meuk naar een ander element van het huisje moest verplaatsen, omdat elke vorm van opslagruimte een overbodige luxe bleek in dit sprookjesachtige heksenhutje. Stapte ik uit bed om een hapje te eten? Dan was ik gedwongen K, die nog in het bed lag, te bedelven onder onze tassen, of de toilet/doucheruimte onbruikbaar te maken.
Met goede moed zag ik er in het begin wel de humor van in. Een soort van kamperen in een houten hutje. Hoe erg kon het zijn? Bovendien hadden we nog de fondue tegoed.
Alleen was de fondue niet… want we waren precies op een dag aangekomen dat de fondue niet beschikbaar was. Met hongerige maag worstelden we ons onze slaapplaats uit, op zoek naar een supermarkt, die gelukkig niet al te ver weg bleek te zijn. Ik was inmiddels in staat om met een bliksembezoek het eerste beste vreten van de plank te grissen en als een hyena me te goed te doen aan het karkas van mijn zelfrespect, maar K wist haar honger opzij te zetten voor een leuke shopping trip. Met hetzelfde enthousiasme als een man die met zijn vrouw mee kleding gaat passen “ja, dit jurkje is al helemaal goed: je hoeft niks anders meer te passen”, probeerde ik haar door de supermarkt te coachen, terwijl zij probeerde de Belgische cultuur te ontleden door middel van hun voedselpatroon.
Eenmaal buiten gekomen zette ik het op een schransen en kwam ik uiteindelijk weer bij. Moe maar voldaan sjokte we terug naar onze bezemkast, om na een lange dag ons vermoeide hoofd te ruste te leggen.
Ik sliep als een blok. Tot dat K mij halverwege de nacht in chagrijnige staat wakker maakte. Blijkbaar had ik het mij comfortabel gemaakt door met mijn gehele lichaam en aura het bed om het kwartier om te woelen. Of ik daar mee op wilde houden. Aangezien ik geen actieve herinnering, en ook geenszins controle heb, over de gekke dingen die ik tijdens mijn slaap doe, voelde ik mij gedwongen om tot in de vroege uurtjes als een mummy naast mijn inmiddels slapende vriendin de dageraad af te wachten.
Na een lang wake, ontwaakte dan ook eindelijk de schone slaapster aan mijn zij, en met nieuwe moed had ik zin om de toeristische attracties in de buurt langs te gaan. Maar nee. Dit had geenszins de prioriteit van mijn vriendin. Koffie. Koffie had de prioriteit. En het schamele kabouterzakje oploskoffie dat we in het heksenhuisje vonden voldeed niet. Voor context: K is het soort persoon dat vrienden heeft die aan barista wedstrijden meedoen, en die daar met genoegen over meepraat. Ik ben het soort mens dat om 6 uur ‘s ochtends flierefluitend opstaat en mensen te vrolijk groet. Er is voor ons beiden een zeer specifiek plaatsje in de hel uitgekiend, denk ik. Hoe dan ook… er moest en zou een goede kop koffie gescoord moeten worden. De bus waarmee we gekomen waren bleek eens in het uur te gaan, en Spa was minimaal een half uur lopen… langs een autoweg of door een bos. Met een panikerende K op sleeptouw (hoe kan het ook anders, als je richtingsgevoel haar handen in de lucht werpt en uitroept “weet ik veel! Het zijn aan alle kanten bomen!”) probeerde ik haar ervan te overtuigen dat als we rechts aanhielden van de autoweg waarlangs we gekomen waren, we uiteindelijk in Spa zouden belanden. Het feit dat ik de potentiële koffie als een soort lokaas gebruikte, was de enige reden dat ze me het bos in volgde.
Ik had haar net semi overtuigd van het feit dat als we het geluid van de autoweg aan onze linkerhand bleven horen en recht door bleven lopen, dat het goed zou komen, toen het bospaadje naar rechts afboog. K greep me bij de arm en keek me met grote ogen aan. Dit ging de verkeerde kant op, en voor we het wisten waren we verdwaald. Ik wees haar op het dichte bos met jonge bomen, waar het pad langs af moest buigen, en overtuigde haar ervan door te lopen. Nadat we de U-bocht gemaakt hadden en weer richting de autoweg liepen, zei ik triomfantelijk: ‘Zie je wel! We moesten gewoon om die bomen heen!’ K keek me aan alsof ze water zag branden en had geen idee over welke bomen ik het had. Het is de highlight van deze horrorvakantie dat ik haar voor de rest van haar leven mag blijven herinneren aan dit dieptepunt.
Uiteindelijk in Spa aangekomen viel de koffie, en de toeristische waarde van Spa, tegen. Een klein, door vrijwilligers gerund, museumpje over de geschiedenis van Spa met vergeelde prentjes, maar zonder enige referentie naar het iconische waterflesje. De spa in Spa… die op geen enkele wijze beantwoordde waarom dat nu zo nodig de naamgever van het fenomeen moest zijn. Enkele schrale winkeltjes, waarbij K zich gedwongen voelde overmatig enthousiast te worden over een hooguit zeer gemiddelde vaas, die mee op terugreis moest.
Het werd snel duidelijk dat we het tijdens deze vakantie het vooral van elkaar moesten hebben. We filosofeerden over het oer-Europese product de pannenkoek (uiteraard onder het genot van een pannenkoek). We keken Nederlandstalige romcoms en ontdekten elkaars liefde voor Maarten Heijmans. En we maakten een tourfilmpje door ons huisje, waarbij de gemiddelde kijker niet veel meer meegekregen zal hebben dan een hoop gegiechel en dat het heel erg klein was.
Zo kwamen we de eerste dagen door, en we prezen onszelf gelukkig voor onze geweldige vriendschap, die ook in erbarmelijke omstandigheden floreerde. Tot dat de slechte nachtrust K opbrak, en ik een vlaag van heimwee kreeg. Zij werd steeds kribbiger, en het feit dat ze naar een 1,5 uur durend “maar ik mis je zo”-telefoongesprek tussen mij en mijn vriend moest luisteren, terwijl ik lepeltje-lepeltje met haar in dat eenpersoonsbed lag, zal ook niet meegeholpen hebben.
Twee dagen voor de vertrekdatum bekende K dat ze het niet meer uithield. Als ze nog één nacht slecht sliep, wilde ze de volgende dag vertrekken. Ik moest eerst even slikken, maar legde mij uiteindelijk bij het lot neer… om de volgende ochtend naast een goed uitgeruste K wakker te worden. Ze wilde eigenlijk tóch wel blijven. Echter, ik ben niet iemand die een gat in de lucht springt als er in een vacature staat dat ze een “flexibel” figuur zoeken, dus we vertrokken. Met een volstrekt andere busroute trokken we weer richting Nederland, om erachter te komen dat er rondom Spa vele dorpen mooier dan Spa zijn. Gelukkig belemmerde het plastic voor de chauffeur ons om door de voorruit te kijken, dus werd ons al te veel spijt bespaard.